Wist u dat uw browser verouderd is?

Om de best mogelijke gebruikerservaring van onze website te krijgen raden wij u aan om uw browser te upgraden naar een nieuwere versie of een andere browser. Klik op de upgrade button om naar de download pagina te gaan.

Upgrade hier uw browser
Ga verder op eigen risico

‘Slim om gezamenlijk grensoverschrijdende curricula te ontwikkelen’

Lange tijd staken onderwijsorganisaties, overheden en de Duits-Nederlandse euregio’s veel energie in de gelijkschakeling van beroepskwalificaties en diploma’s in de grensregio. ‘Dat is weinig succesvol gebleken. Het is veel slimmer en effectiever om gezamenlijk competenties en curricula op te stellen.’



Jeroen Hartsuiker, coördinator Europese samenwerking Nederland-Duitsland in de provincie Drenthe, acht de keuze van het Rijnland Instituut zich te ontwikkelen tot expertisecentrum gericht op euregionale competenties, verstandig. ‘Zoiets bestaat nog niet in de grensregio.’


Hartsuiker is al sinds de oprichting van het Rijnland Instituut als beleidsadviseur bij de provincie Drenthe nauw betrokken bij de netwerkorganisatie. Hij maakt deel uit van de expertgroep maar ook van de recent gevormde ‘overleggroep periodieke voortgang’ waarin de subsidieverstrekkende overheden (provincies Drenthe en Overijssel, gemeente Emmen) en de programmamanagers vanuit NHL Stenden Hogeschool en Alfa-college zitting hebben. Zij komen met een grotere regelmaat samen om lopende zaken en strategische keuzen te bespreken. ‘We helpen mee het Rijnland Instituut te ontwikkelen door te adviseren en te ondersteunen.’

Het Rijnland Instituut is uniek. In geen van de andere regio’s bestaat er zo’n grensoverschrijdende samenwerking met Duitse partners in een gezamenlijk kennisinstituut. Ook in Duitsland groeit de interesse.

Jeroen Hartsuiker, cöordinator Europese samenwerking Nederland-Duitsland van Provincie Drenthe

Het komend jaar gaat het instituut in samenspraak met de participerende overheden en onderwijsorganisaties verder invulling geven aan het takenpakket. ‘We gaan meer op de noodzakelijke en afgesproken prestaties zitten’, aldus Hartsuiker. ‘Het Rijnland Instituut moet zich gaan bewijzen. De provincie Drenthe verwacht er veel van: we stellen geen onmogelijke eisen. Zo’n kennisinstituut waarin Duitse en Nederlandse partijen gezamenlijk optrekken bestaat er niet in de grensregio. Dat maakt dat hier een unieke kans ligt.’

2017 Foto Jeroen Klein

Een van de eerste concrete stappen die gezet dient te worden is dat het Rijnland Instituut een eigen juridische entiteit gaat vormen. Nu acteert de organisatie nog te veel als netwerk onder de vleugels van de deelnemende onderwijsorganisaties. ‘Dan kan het zich verder ontwikkelen als expertisecentrum en de focus leggen op euregionale competentieontwikkeling en gezamenlijke binationale curricula’, verwacht Hartsuiker. Dat spoort ook met de Duitslandagenda die Drenthe al enkele jaren geleden opstelde. ‘Het Rijnland Instituut moet iets toevoegen aan de maatschappelijke opgaven die er liggen binnen de grensregio Nederland-Nedersaksen aansluitend bij de beleidsagenda’s van betrokken overheden.’

Hartsuiker zou het toejuichen als de gezamenlijke curricula zich toespitsen op de opleidingen die voorbereiden op technische- en handelsberoepen waaronder de It en de Retail. ‘We hebben bijvoorbeeld aan beide zijden van de grens veel slimme jongelui nodig die de energietransitie mogelijk maken. Ook ondernemers moeten we goed helpen met vaklui die aan beide kanten van de grens de schouders onder de uitdagingen van de toekomst zetten.’ Hij acht het van belang om ook ondernemersorganisaties nauw te betrekken. ‘Die kunnen mede toetsen welke competenties wenselijk zijn en hoe die een plek te geven in de curricula.’

Rijnland Instituut weet zich steeds steviger te positioneren als kennisinstituut. Dat doet Hartsuiker deugd. ‘Er is een groot enthousiasme. Ik heb er groot vertrouwen in dat het Rijnland Instituut de verwachtingen en ambities waarmaakt. Het is zaak daarin focus te houden.’ Volgens hem ligt de organisatie inmiddels op koers en verwacht hij dat er voor volgend jaar juni zeker concrete stappen zijn gezet. ‘De participerende overheden zitten goed op een lijn. De grensregio van Drenthe is ook niet zo anders dan die van Overijssel. Het is mooi dat wij samen met hen en de Duitse partners de grote opgaven in de euregio oppakken.’ Hij onderstreept het nogmaals nadrukkelijk. ‘Het Rijnland Instituut is uniek. In geen van de andere regio’s bestaat er zo’n grensoverschrijdende samenwerking met Duitse partners in een gezamenlijk kennisinstituut. Ook in Duitsland groeit de interesse.’

Benieuwd naar meningen van andere experts?

Lees hier het interview met Christoph Almering, de directeur-bestuurder van de EUREGIO

Lees meer